Toelichting bij gebruik van het Chakra Yoga boek

Tekst Douwe Tiemersma

Toelichting / Aanvulling boek Chakrayoga

  1. Bindubevrijding
  2. Ajnasysteem
  3. Bewustzijn en ajnasysteem
  4. Chakra’s en adem
  5. Hoeveelheid oefenen
  6. Ademdruk en hart
  7. De hartweg naar anderen
  8. De kosha’s en de chakrasferen

Chakrayoga – toelichting 1: de interne bevrijdingsweg

bij de paragrafen .7 in de chakrahoofdstukken

Eenvoudig uitgedrukt, gaat de ‘ interne bevrijding’ om: jezelf laten zakken in de kern of essentie van een bepaalde energie, waardoor a) jezelf als subject samenvalt met het object, en b) je (weer) samenvalt met het zelf van je dat in die energie zat.

Als voorbeeld: de weg via het âjñâchakra

Je begint op het niveau van inzicht als inzichtzelf met je externe zien en je inzichtslichaam. Je ziet je lichaam op een afstand als een object, een materieel object: het voedsellichaam, het kosha van het voedsel (annamayakosha). Daar ga je doorheen. Bij die beweging wordt dit lichaam doorzichtiger, lichter, subtieler en ga je door de kosha van de levensenergie (prânamayakosha). Zo kom je in het subtiele veld van het voorhoofdchakra (âjñâchakra), dat is de kosha van de denkende geest (manomayakosha). Je bent daar met je heldere inzichtbewustzijn in het veld van het denken en denkende waarnemen. In het âjñâchakraveld wordt het chakra en ook de kern (bindu) van het chakra waargenomen, eerst als objectpunt. Als je als Shiva, steeds diepgaander en grootser éénwordend met Shakti, in die richting gaat, merk je dat de ruimte steeds lichter wordt. Je gaat dan door de kosha van inzicht (vijnânamayakosha), die al als inzichtslichaam je eigen kosha was. Als de beweging doorgaat, kan dat alleen als je jezelf als inzichtzelf loslaat. Je gaat dan als het ware ruggelings door en laat jezelf oplossen in het oneindige en zuivere sat-chit-ânanda: de kosha van gelukzaligheid (ânandamayakosha). Ten slotte is er de onuitsprekelijke eenheid van Shiva-Shakti, zonder condities, zonder dualiteit.

Je bent dus het heldere inzichtbewustzijn dat als inzicht Shiva de donkerder gebieden van de schepping (Shakti) binnengaat en die verlicht. Shakti wordt eerst als lichaam (met de diverse graden van verdergaande subtiliteit) in objectieve zin waargenomen. Als jezelf als Shiva dat lichaam binnengaat is er een eenwording met Shakti in het betreffende subtiele chakraveld, die met de doorgaande beweging steeds dieper gaat.

De beweging is dus die van jezelf als inzichtzelf met twee aspecten: bewustzijn en lichaam; daarom heeft de bevrijdingsbeweging  ook twee aspecten.

  1. Als bewustzijn ben je gericht op de essentie, de bindu. Dat is een steeds verdergaande toespitsing van jezelf. Je laat je licht komen in steeds diepere en ruimere lagen van het objectlichaam; je verlicht deze gebieden en laat ze los. Als bewustzijn word je oneindig. Shiva is opgegaan in Shakti.
  2. Als inzichtlichaam (zijn, objectaspect) kom je eerst in de lagen van het voedsel en van de levensenergie waar het energetische zijnsaspect sterk is. Je bent Shakti. Je gaat als Shakti richting Shiva/bewustzijn. Daarbij verschuift de kwaliteit van de energie van donker naar licht. De ruimte gaat naar beperkt naar onbeperkt. Als Shakti ga je op in Shiva. Zie ‘kundalini’ en zie ‘De externe weg naar het andere/de ander’.

1 en 2 zijn aspecten van dezelfde beweging die leidt tot (zie boven) de onuitsprekelijke eenheid zonder condities, zonder dualiteit.

Douwe, 3 oktober2011

Chakrayoga – toelichting 2: het ajnasysteem

bij § 3.2

Zie voor de duidelijkheid over het ajna-systeem nog eens p. 68. Als systeem bestaat ajna uit vijf centra.

  1. Het primaire ajnachakra dat het centrum is van de lagere mentale functies (manas): begripsmatige waarneming, denken, voorstellen, willen, met een duidelijk ikcentrum; in het centrum van het hoofd
  2. De bhrûmadhya (derde oog) op dezelfde hoogte als 1, dat vooral bij het bewuste zien en het innerlijke zien een rol speelt; kom je nog iets lager, dan is er in het zien weinig bewustzijn
  3. Het centrum van inzicht (buddhi, rede), het directe inzien, iets hoger dan het ajnachakra
  4. Het centrum van de hogere intuïtie en paranormale vermogens (hogere buddhi), nog iets hoger
  5. Het afstandelijke waarnemerscentrum (getuige, sâkshin) dat niet sterk in het fysieke lichaam is verwikkeld.

Elk centrum heeft dus op het niveau van het fysieke lichaam een specifieke locatie en een (grof)lichamelijk ajnaveld.

Bij 1 en 2 heb je een mentaal lichaam dat fungeert als of in de sluier van het mentale (manomayakosha).

Bij 2 – 5 is er een inzichtslichaam, dat fungeert als of in de vijnanamayakosha. Let wel: er zijn allerlei overgangen in locatie en functie.

Chakrayoga – toelichting 3: de vormen van bewustzijn en het ajnasysteem

bij hoofdstuk 3

Een primair bewustzijn heb je als je op directe wijze met de dingen in de wereld of in je geest bezig bent; je zit dan in die wereld; dit betreft dan vooral de ajna-aspecten 1 en 2. Een reflexief bewustzijn heb je als je enigszins afstand van de primaire wereld neemt en ernaar terugkijkt; dat is vooral bij ajna 5; bij 3 en 4 kan de reflectie meer of minder sterk zijn.

Een focaal bewustzijn heb je als je je externe of interne blik scherp stelt op een object. Dat geldt ook voor het waarnemen met andere zintuigen (horen, voelen, ruiken, proeven). Dan is er in het waarnemen een geconcentreerde aandacht voor iets dat daar vóór je aanwezig is.

Een zijdelings of lateraal bewustzijn is er, terwijl je focaal op iets bent gericht, voor andere dingen die buiten de focus (brandpunt) van je bewustzijn vallen, maar die op niet heldere wijze toch worden waargenomen, bijvoorbeeld de dingen die zich links en rechts in je blikveld aanwezig zijn. In alle vijf ajna-aspecten zijn beide vormen van bewustzijn mogelijk.

Een inclusief bewustzijn is er als zich het laterale bewustzijnsveld zich zozeer zijwaarts uitbreidt dat jezelf erin wordt opgenomen. Er is dan geen focale concentratie meer. Er is inclusiviteit van jezelf; bewustzijn is daarom bewust-zijn. Ook kan er inclusiviteit zijn van de bewustzijnsstructuur  focaal/lateraal; deze blijft dan op doorzichtige wijze aanwezig in je grotere open bewust-zijn. Ten slotte betekent dit ook een inclusiviteit van de objecten en je bewust-zijn. Het inclusieve bewustzijn is daarom een non-dualistisch bewust-zijn. Dit inclusieve bewustzijn kan zich ontwikkelen vanuit alle vijf ajna-elementen. Vanuit ajna met het mentale en het inzichtslichaam is er dan een overgang naar sahasrara met het causale of kosmische lichaam.

Chakrayoga – toelichting 4: de chakra’s en de adem(energie)

bij de hoofdstukken 4 -6

De ademenergie is een vrij neutrale levensenergie, belangrijk voor de vitaliteit, voor alle levensprocessen. Daarom staat die energie het dichtst bij de manipurenergie – zie de elementkwaliteit van vuur. Voor zover het gaat om de in- en uitademing, met resp. expressie en opname, is de adem(energie) vooral iets in verband met de keelenergie – zie de elementkwaliteit van lucht. Voor zover de ademenergie samengaat met het gevoel is er de verbinding met de hartenergie – zie de elementkwaliteit van vuur-lucht.

Chakrayoga – toelichting 5: Hoeveel oefenen?

bij het hele boek

In het boek staan veel oefeningen. De vraag kwam: moeten we nu alle oefeningen even uitgebreid doen? Deze vraag komt gemakkelijk op, als je van buitenaf naar al de oefeningen kijkt. Belangrijker is het om maar aan de slag te gaan. Kijk niet naar de hoeveelheid. Je moet niets. Als je iets van het belang van de oefeningen inziet, ga je gewoon aan de gang en dan zie je wel waar je uitkomt. Neem de tijd voor je beoefening. Stel van tevoren een minimumtijd voor de beoefening op een dag vast. Elke oefening heeft haar eigen effect Voer de oefeningen uit als een eigen onderzoek. Stel je maar de vragen: wat aan effecten op mijn energie en op mezelf geven de oefeningen die ik doe? Wat gebeurt er als ik deze oefening vaker en langer doe? Klopt het wat over de beoefening in het boek staat? In welke richting gaat het verder? Zo blijft er voortgang op het pad van yoga.

Chakrayoga –toelichting 6: Ademdruk op harthoogte

bij § 5.4

Bij de concentratie van hartenergie ontstaat er een hogere druk in het hartgebied. Daarbij gelden de algemene regels van yogabeoefening (hoofdstuk 2). Hier volgen nog een paar belangrijke punten.

1) Bij hartproblemen of een vermoeden daarvan zul je erg voorzichtig moeten zijn met de hartoefeningen. De oefeningen zijn op een lichte wijze te doen, maar let op de eigen interne situatie. Die moet prettig blijven. Hier geldt de regel niet te forceren heel strikt.

2) Het opvoeren van de ademdruk in het borstgebied zal altijd vanuit de buik moeten beginnen en de grootste druk zal altijd in de buik moeten blijven. Zie de paragrafen over de stevige buikademhaling en de volledige ademhaling in Pranayama. Eerst komt de ademdruk in de buik en die blijft daar bij het verdere inademen door een laag middenrif. De ademenergetische golf bouwt zich van beneden naar boven op, terwijl het zwaartepunt beneden blijft. Het lage middenrif zorgt voor ruimte voor het hart.

Chakrayoga toelichting 7: de weg van de ander

bij  § 5.7

Het ligt voor de hand om in dit hoofdstuk van het hartchakra, net als bij het keelchakra (oefening 4.7i), ook de bevrijdingsweg te volgen waarbij de ander is betrokken. Dat wordt dan oefening 5.7k.

k – Zie eerst het fysiek lichamelijke anahatveld en dan meer met interne blik het subtiele objectveld, waarbij je de gevoelsenergieën ervaart. Laat die maar sterker worden. Terwijl dit perspectief enigszins blijft bestaan, ga je het hartveld binnen zodat dit je existentiële veld wordt. Je kunt je dan bewust zijn van de uitstraling van je gevoelsmatige energieën. Ervaar dan in dat veld hartcentra van anderen en maak hiermee gevoelsmatig-energetisch contact. Voel dat. Kies dan één ander uit waar je je helemaal op richt. In het existentiële anahatveld is er dan een concreet-energetisch gevoelscontact met die ander en de kwaliteit van die energie is liefde. De afstand kan dan gemakkelijk kleiner worden en daarbij komen de hartcentra dichter bij elkaar. Voel dat. De anahatlichamen versmelten zomaar, de harten worden één, hartchakra’s vallen samen. Als dan de eenwording nog verder doorgaat, zijn de interne, lichtere kosha-gebieden aan de beurt. Het één-worden gaat verder tot en met de bindu’s, waarna er niets meer is.

l – Doe dezelfde oefening, maar laat in het existentiële hartveld nu de hart-ander zo op jou toekomen, dat dezelfde eenwording als in k gaat plaatsvinden.

m – Doe nog eens de groepsmassage van oefening 5.1g in een kring, waarbij je de handen nu stilhoud op de rug (harthoogte) van degene die voor je zit. Bij een inademing zuig je de liefdevolle hartenergie van achteren aan en bij een uitademing laat je deze energie door de armen en handen in het hartgebied van de ander gaan. Wordt je dan bewust van de hele cirkel van ronddraaiende hartenergie. Dat is op een subtiel veldniveau. Als je je zelf in dit bovenpersoonlijke hartveld laat opgaan, wordt dit veld gemakkelijk een kosmisch anandaveld. En dat wordt ijler en ijler …