Vakken

De Advaita Yogaleraren Opleiding is op 24 juni 2016 erkend door de Vereniging Yogadocenten Nederland (VYN).

De Advaita yogaleraren Opleiding is door het Centraal Register Kort Beroepsonderwijs (CRKBO) positief beoordeeld en ingeschreven.

De AYO gaf een gedegen en breed 4-jarig programma dat ruim voldoet aan de eisen die door de Europese Yoga Unie en de Verenging Yogadocenten Nederland worden gesteld.

De vakken vloeien voort uit wat staat beschreven onder Hatha yoga (de invalshoek) en integrale yoga (het ruimere kader). Alle aspecten van menszijn komen hierbij aan de orde, zoals in het onderstaand schematisch overzicht en in het scala van yogavormen te vinden is.

  • Hathayoga: asana’s, pranayama en chakrayoga 
  • Anatomie en fysiologie, incl. (contra-)indicatie; materiële lichaam en het energetische lichaam
  • Voeding en Ayurveda 
  • Bhakti- en karmayoga: de devotie, toewijding; het onbaatzuchtige handelen, handelen zonder handelen
  • Dhyanayoga/meditatie: zie ‘Leren mediteren’ en cursusboek ‘Meditatie 2’; diverse vormen van mediteren; leren kennen van de eigen geest
  • Psychologie: westers, met aansluiting bij Indiase psychologie, chakrapsychologie en meditatie; praktisch gericht.
  • Jnanayoga: satsangs 
  • Filosofie: yogatradities in historische en culturele context; Indiase mens- en wereldbeeld; belangrijke teksten; in het algemeen reflectie op denken en doen van de studenten op het terrein van de yoga 
  • Didactiek, incl. presentatie, opzetten yogapraktijk en beroepscode

De vakken overlappen elkaar voor een groot deel, zodat dezelfde onderdelen in alle vakken terugkomen. Alle AYO-docenten hebben naast hun specialiteit steeds het hele gebied van de yoga voor ogen.

Hieronder vindt U een uitgebreide beschrijving van de opzet en inhoud van de vakken zoals die op de AYO onderwezen werden.

Filosofie | Jnanayoga | Hathayoga | Pranayama | Chakrayoga | Anatomie & Fysiologie | Indicatie & Contraindicatie |Voeding & Ayurveda | Bhaktiyoga & Karmayoga | Dhyanayoga & Meditatie | Psychologie | Praktijk | Presentatie

Filosofie

In de filosofielessen wordt de Indiase filosofie zoveel mogelijk aan de hand van de (ervarings) praktijk  belicht en worden er vergelijkingen getrokken tussen Indiase en Westerse denkwijzen. Naast de theoretische kennisoverdracht wordt een open ervarings- en gedachte-uitwisseling gestimuleerd. In tegenstelling tot de westerse filosofie, die vooral de nadruk legt op het rationele deel van het bewustzijn, wordt er in de Indiase filosofische scholen (darshana’s)  in het bijzonder de nadruk gelegd op de ervaring van het bevrijde, verlichte bewustzijn. Het probleem van transcendentie staat in de Indiase filosofie centraal: er wordt gevraagd naar de aard en mogelijkheidsvoorwaarden van het bevrijde, verlichte bewustzijn in zijn verhouding tot het ‘gewone’ bewustzijn. Er wordt gezocht naar methoden die het menselijke bewustzijn zo helder, open en ontvankelijk mogelijk kunnen maken voor de ervaring van eenheid.

Aan het begin van de Indiase filosofie staan de teksten van de Veda (12e-6e eeuw v.Chr.). Aan de hand van enkele oorspronkelijke teksten uit de oudste Upanishaden, wordt ingegaan op de eenheid van alles en het Zelf (atman) en op de ervaringsachtergronden daarvan. De leer van de oude Upanishaden (8ste -6de eeuw v. Chr.), waarin de identiteit van het hoogste zelf (atman) en de wereldgrond (brahman) centraal staat, werd in de traditie van de Advaita Vedanta filosofie steeds opnieuw geactualiseerd en doorgegeven. o.a. Door Ramakrishna, Vivekananda en Nisargadatta. De oorspronkelijke teksten worden gelezen en  bestudeerd in de vorm van werkcolleges. Deze beogen een verdieping van de kennis.

Drie van de zes hoofdrichtingen van hindoeïstische filosofie worden behandeld: 1.De dualistische bevrijdingsleer van de Samkhya, 2. De Vedanta, waarvan de niet-dualistische Advaita Vedanta de bekendste variant is. 3. De Yoga, gebaseerd op de Yogasutra’s van Patanjali, die nogal los van de vedische traditie staat en eeuwenoude meditatieoefeningen en andere geestelijke en lichamelijke oefeningen bevat.

Jnanayoga

In de jnanayoga gaat het om het heldere inzicht in de aard van jezelf en van de wereld. Deze is een grondeloze, non-duale openheid. Het inzicht is een on-middel-lijke herkenning waarbij alle aspecten van het eigen bestaan zijn betrokken. Daarom wordt jnanayoga wel de directe weg genoemd. In leergesprekken (satsangs) wordt de mogelijkheid van herkenning bevorderd door verwijzingen naar eigen ervaringen, ook in de hathayoga, van non-dualiteit en van dualistische situaties. Door bewustwording van de identificaties van jezelf met beperkte vormen en kwaliteiten kunnen deze obstakels verdwijnen. In ontspanning en helderheid van jezelf wordt de eenheid met alles en allen, en de bron van die eenheid, duidelijk. Van daaruit is het ook duidelijk wat de verschillende yogatradities beogen, onder andere de identiteit van atman en brahman (Upanishaden, Advaita Vedanta) en het gevestigd zijn van de ziener in zijn eigen aard (Klassieke Yoga van Patanjali).

Hathayoga

Het doel van de Hathayoga is het vrijkomen van beperkende patronen op het vlak van het fysieke en energetische lichaam, maar ook op het mentale niveau. Dit laatste is noodzakelijk omdat cognitieve kennis en voorstellingen de levensenergieën in een vorm/patroon vastzetten en daarmee de vrije ontwikkeling van deze energieën tegenhouden.

In de lessen wordt gevoelsmatig en mentaal onderzocht wat de samenhang is tussen de houding, de ademhaling en de spanning/ontspanning in het fysieke lichaam. Daarnaast wordt de relatie tussen het fysieke lichaam en het subtiel energetische lichaam verkend. Uitgangspunt bij het oefenen is een non-dualistische instelling en een open aandacht voor wat er is. Centraal staat vooral het werken vanuit het energetisch lichaam, de eigen ervaring van de vitale energieën en het bewust worden van de eigen situatie. De betekenis van elke houding zal vanuit verschillende invalshoeken nader worden bekeken. De houdingen (asana’s), adem- en ademenergetische oefeningen zijn er op gericht om spanningen los te laten, om de energieën zich te laten ontplooien en om alle beperkende patronen te doorbreken. Bij de juiste houding ontstaat er als vanzelf een moeiteloosheid, een volledig ontspannen zijn en een zelf vrij komen.

In de lessen is steeds ruimte voor het verwoorden van de eigen ervaring en inzichten. Ook zal aandacht worden besteed aan de opbouw van de les en het maken van een lesprogramma. Van de studenten wordt verwacht dat zij een ervaringsdagboek bijhouden.

Pranayama

Voorop staat het algemene doel van yoga: de existentiële bevrijding. Het is de weg naar de realisatie van de fundamentele ongescheidenheid. De pranayama kan behulpzaam zijn op deze weg. In de lessen vindt bewustwording plaats van de adem en ademenergetische verschijnselen. De wederkerige invloed van de adem op de geest, op het fysieke en energetische lichaam wordt onderzocht en ervaren. Pranayama-oefeningen zijn er met name op gericht de levensenergieën te versterken, te laten stromen, tot rust/stilstand te laten komen, te zuiveren. Beoefening van de open, ruime aandacht doet een helder intern en extern/reflexief bewustzijn ontstaan. Vastzittende energieën kunnen zich in de zijnservaring van het lichaam verder ontplooien en oplossen. Beperkende geestelijke en lichamelijke condities kunnen worden doorzien en getransformeerd. Tenslotte kan er inzicht ontstaan in de relatie tussen zelfzijn als bewust-zijn en als energie-zijn; de herkenning van zelfzijn als vrij-zijn van elke energetische beperking. Op weg naar deze herkenning, gevoelsmatig en qua inzicht, zijn ons behulpzaam de ruimtelijke ademoefeningen, meditatie en de bekende ademtechnieken zoals o.a.: de nadi shodhana, anuloma viloma, de kapalabhati’s en de bhastrika, de ujjayi, de bandha’s, de omgekeerde ademhaling, de kumbhaka’s, de subtiele effecten van hand- en tongmudra’s en dit alles geïntegreerd in de yoga-asana’s.

Chakrayoga

Net als bij Pranayama wordt hier duidelijk dat het gaat om de bevrijding van de gescheidenheid van onszelf en het andere en om de realisatie dat wij altijd al vrij zijn van en één zijn met de energieën. De bevrijding van onze beperkingen en conditioneringen zal in alle aspecten van het bestaan gerealiseerd moeten worden. Niet alleen op het vitaal-energetische en fysieke niveau maar ook op hartsniveau en inzichtsniveau. Het betreft alle verschillende levensenergieën. Met de aangereikte oefeningen wordt het mogelijk gemaakt om al deze energieën per chakragebied te verkennen, te zuiveren, te concentreren, stil te leggen en te laten ontplooien in de oneindige gevoelsmatige bewustzijnsruimte. De juiste plaats van elk chakra wordt bepaald en geactiveerd, waarna de pranayama-oefeningen volgen. De toepassing van de Kapalabhati, de Nadi Shodhana, de Omgekeerde ademhaling etc., heel specifiek voor elk chakra, maakt duidelijk hoe bevrijding van de levensenergieën en van de lichamen plaats kan vinden. Bij elk chakra worden oefeningen gegeven om het zelfzijn te bevrijden via een interne en externe bevrijdingsweg.

Anatomie & Fysiologie

In de anatomielessen leert men door aandacht stapsgewijs de onderdelen van het lichaam kennen en ervaren als gevoel en als energie. Het gaat hier om de structuur van de weefsels en organen. Wat zit er in het lichaam en op welke plaats? Bijvoorbeeld, wat zijn de nekwervels en waar zitten ze precies ten opzichte van het hoofd en de rug. Zo leer je beter de juiste houdingen, bijvoorbeeld de halve kaars, kennen en begrijpen.

Bij de fysiologielessen leer je de processen in het lichaam kennen. De aparte delen van het lichaam zoals men die in de anatomie heeft leren kennen, worden nu in hun functie en samenwerking met elkaar bekeken. Het gaat hier om de werking van orgaansystemen of -stelsels, bijvoorbeeld het spijsverteringsstelsel: hoe wordt eten verteerd, hoe verkrijg ik hieruit energie, wat zijn in verband hiermee de beste condities voor het verdere yogapad.

Samengevat: je leert het materiële lichaam kennen met zijn structuren en processen, met zijn beperkingen en mogelijkheden. Daarbij komen de overgangen naar het energielichaam aan de orde die onder andere in pranayama centraal staan. Door de kennis kun je rekening houden met je lichamelijke situatie bij het bekwamen in de verdergaande mogelijkheden van yoga. Door het optimaliseren van de yogahoudingen, van vitaliteit en balans kan het lichaam zich gemakkelijk ontspannen in een helder bewustzijn. Zo word je vrijer ten opzichte van het materiële lichaam. Dit alles is verder van groot belang bij het zelf geven van yogalessen.

Indicatie en contra-indicatie

Bij de indicatie kijk je welke yogaoefeningen speciaal geschikt zijn voor iemand, bijvoorbeeld welke oefeningen iemand met spanningshoofdpijn het best kan doen. Bij contra-indicatie leer je welke oefeningen je juist niet moet geven aan bepaalde mensen, omdat er dan klachten kunnen ontstaan of verergeren.

Voeding & Ayurveda

Het Sanskriet woord svasth betekent ‘gezondheid’. De letterlijke betekenis van het woord is ‘gevestigd zijn in het Zelf’. Ayurveda beschouwt het zuivere bewustzijn als de echt helende kracht. Daarbij is je geboorteconstitutie een indicatie voor je natuurlijke neiging om uit evenwicht te raken. Een mens neigt ernaar om zich al eenzijdiger te ontwikkelen in de richting van zijn natuurlijke neiging. Een van nature beweeglijk mens dreigt te beweeglijk te worden, een vurig mens te heetgebakerd, en een rustig mens neigt naar lethargie. Om de helende kracht van het sattvische midden te leven, wordt daarom grote waarde toegekend aan het onderkennen van je natuurlijke aard en het tegendeel daarvan bewust te betrekken in je levensstijl, je wijze van bewegen en je wijze van eten.

In het eerste jaar zullen basisbegrippen als agni (levensvuur), dosha (de persoonlijke constitutie), de rol van de zes smaken en de tien paren van tegenstelling worden uitgelegd zodanig dat de student in grote lijnen bewuster voor bij hem passende voeding kan kiezen.

In het tweede jaar zal het concept ama worden verkend. Ama is de onverteerde voeding die in het lichaam achterblijft als voeding en agni niet op elkaar aansluiten. Ama wordt beschouwd als een van de belangrijkste oorzaken van ziekte. In dit jaar zal duidelijk worden hoe ama en een verlaagde agni kunnen worden herkend en welk dieet dan passend is.

In het derde jaar staan we stil bij ieders voedingspatroon en de factoren die van invloed zijn op de persoonlijke agni.

In het vierde jaar zal duidelijker worden hoezeer voeding bijdraagt aan de helderheid van de Zelfbeleving.

Bhaktiyoga & Karmayoga

Bhaktiyoga is de yoga van devotionele toewijding en spoort aan tot liefde voor het / de Allerhoogste (i?vara). In de lessen over bhaktiyoga wordt de relatie gelegd met de advaita. Als je weet dat i?vara in alles woont, zal dat immer een reden zijn om alle wezens ten volle lief te hebben. Door de intense beleving van bhakti wordt iedereen en alles vereerd. Bhakti leidt tot algehele zelfovergave en de overtuiging dat niets wat gebeurt tegen ons is gericht. In de bhaktiyoga vloeit onthechting voort uit liefde. Zij kenmerkt zich door een doorlopend geestelijk streven naar versmelting met het goddelijke ( i?vara pranidh?na): Eén en Eén is EEN. In dit streven staat de vraag centraal: ‘Wie wordt er gezien en door wie?’ Voor de theorie zal gebruik worden gemaakt van teksten van Swami Vivekananda. Vanzelfsprekend wordt ook stil gestaan bij de praktijk van de bhaktiyoga.

Karmayoga is de yoga van het handelen zonder eigenbelang. ‘Als je niet gehecht bent aan wat je doet, kun je ook niet beïnvloed worden door het resultaat van je daden.’ Ze beoogt je los te maken van je eigen kleine persoonlijkheid, geen gedachte meer te hebben over je zelf, geen enkele daad meer te verrichten voor jezelf, geen woord meer te spreken voor jezelf. Door op die manier te ‘handelen’, door alleen maar te denken aan anderen, aan het universum en aan het AL, verdwijnt het afgescheiden zelf. Karmayoga impliceert ook dat er geen sprake is van voorkeur of afkeer. Dit zullen we ervaren tijdens de uitvoering van de asana’s (de fysieke houdingen).

Door karmayoga word je aangemoedigd goede daden te verrichten. Wanneer het denkbeeld van goed-doen deel wordt van je diepste wezen, heb je geen stimulans meer nodig van buitenaf. Het hoogste ideaal is de eeuwige en volledige zelfverzaking, waarbij er geen ‘ik’ is (advaita), maar alleen ‘GIJ’ (bhakti).

Zowel bij de karmayoga, als bij de bhaktiyoga zal de relatie worden gelegd met een aantal sloka’s ( verzen ) uit de Bhagavadgita en de zgn. yama’s en niyama’s , de eerste twee stappen van het achtvoudige pad van Patanjali.

Dhyanayoga – Meditatie

Op het pad naar de realisatie van non-dualiteit is meditatie nuttig, omdat zij gericht is op:

  • het leren kennen en het ontplooien van de structuren en processen die zich voordoen in de geest van grofstoffelijk tot fijnstoffelijk;
  • het loslaten van beperkende patronen van de geest en het herkennen van je ware Zelf, het samenvallen van subject en object van meditatie in een non-duale sfeer.

Verder wordt geleerd de eigen kennis en ervaring van meditatie over te dragen aan anderen.

In de lessen staan ervaring en inzicht in verschillende meditatievormen centraal:

  • de spontane meditatie met een directe terugkeer naar het Zelf;
  • de inzichtsmeditatie waarbij de verschijnselen die zich voordoen in de geest geobserveerd worden (vipassana), maar ook een bewustwording plaatsvindt van jezelf als getuige;
  • de klassieke yogameditatie (Patañjali) met het stilleggen van de wervelingen van de geest;
  • de verdere advaita-vedantameditatie op het niveau van het getuigebewustzijn en het universele zelfzijn-bewustzijn, met het doorzien en loslaten van de meest fundamentele identificaties, de overgave en de herkenning van de hoogste non-dualiteit;
  • de integratie van meditatie in het dagelijks leven

In de meditatiecursus wordt de lesstof bestudeerd en beoefend, wordt getraind in het verwoorden van inzicht en ervaring, onder andere door het bijhouden van een dagboek, en wordt de lesstof verdiept door middel van een werkstuk.

Psychologie

Op het nivo van de psyche wordt getracht je eigen psyche beter te leren kennen en daardoor meer inzicht daarin te krijgen. Hoe is de structuur en werking van de psyche, wat is je gedrag? Welke blokkades, remmingen, onevenwichtigheden, eenzijdigheden, spanningen, vermijdingen en gehechtheden tref je aan in je doen en laten? Hoe heeft dat invloed op je manier van yogales geven, wat voor invloed heeft dat op jezelf en anderen? Ook patronen die je niet hinderen en automatisch, als vanzelfsprekend bij je verlopen, beperken je vrijheid. Is het mogelijk je minder of helemaal niet hierdoor te laten bepalen? En in hoeverre bepalen deze patronen weer je ‘externe’ omstandigheden?

Hoe helderder je bewustzijn, des te meer je je conditioneringen (heilzaam of niet) in de gaten gaat krijgen. We gaan kijken hoe je op psychologisch niveau vrijer kan worden in je denken, voelen en handelen in plaats van in terugkerende cirkels te leven.

Jezelf ervaren in je situatie hier en nu, en de verwoording ervan en reflectie erover, kan je meer inzicht in jezelf geven. Daardoor kunnen je vaardigheden verbeteren en je functioneren moeitelozer gaan, maar ook je inzicht vergroten in wat je niet specifiek bent en wat je werkelijk bent.

Praktijk, didaktiek

In de laatste twee studiejaren komt het vak didactiek aan de orde.

In het derde jaar zal de relatie worden gelegd tussen je eigen kennis, ervaringen en verkregen inzichten en de praktijk. Duidelijk zal worden, dat lesgeven alleen maar kan vanuit je eigen zijn en zijnservaring. In dit verband spelen begrippen als ‘welbevinden’ en ‘betrokkenheid’ een belangrijke rol. Hun onderlinge samenhang zal worden ervaren.

In het vierde jaar zal nóg dieper worden ingegaan op de didactiek van het lesgeven zelf. Vragen die daarbij centraal staan, zijn o.a. ‘Over welke vaardigheden en kwaliteiten moet je als leraar beschikken wil je op een verantwoorde, stimulerende wijze lesgeven? Hoe kun je je lessen zó opbouwen, dat je doel ‘het bevorderen van de zijnservaring van non-dualiteit’ wordt bereikt?

Daarnaast komen vanzelfsprekend ook praktische zaken aan de orde, die zowel met het lesgeven zelf te maken hebben, als met het opzetten van een eigen praktijk.

Presentatie

Bij het vak Presentatie/Stemgebruik ligt het accent op het  presenteren vanuit heelheid vanuit het hart en op vreedzame communicatie qua taal- en stemgebruik.

Door middel van lichaamswerk, ademhaling  en stemwerk wordt gewerkt aan de basishouding. In de  lessen wordt geleerd te reflecteren op eigen presentatie.

Er wordt kennisgemaakt met effectieve communicatie waarbij accenten liggen op verbale en non-verbale communicatie, op authenticiteit en op het bij jezelf kunnen zijn als begeleider van een groep. Tijdens de lessen wordt je uitgenodigd om te ervaren en niet om te presteren. Een en ander wordt eigen gemaakt via ervaringsoefeningen met de stemklank en muziek in de (spreek)stem. Want alles wat er in ons leeft is hoorbaar in de stem, zoals verlegenheid, niet goed genoeg zijn of onszelf willen bewijzen. Juist door toe te staan wat de stem (en ons) bedrukt ontstaat er ruimte. Luisterend in het moment voorbij mooi of lelijk ben je samen met je stem in verbinding met je hart.