De methode

De methode
De methode is die van een ervaringsmatige yogabeoefening en oefening in lesgeven vanuit het standpunt van inzicht (buddhi) met een zo sterk mogelijk besef van non-dualiteit van zelf en niet-zelf. Van daaruit worden het fysieke en vooral het energetische lichaam zichtbaar met hun
spanningen, blokkades en andere patronen die de realisatie van non-dualiteit tegenhouden. Van daaruit is er ook inzicht in wat er bij de beoefening plaatsvindt: het oplossen van de patronen en de identificatie daarmee. De hathayoga, inclusief pranayama en chakrayoga, wordt effectiever om de diepzittende remmingen op te lossen.

  1. Acht speciale punten in de methodiek die in alle vakken terugkomen zijn de volgende.
    De gerichtheid op de realisatie van non-dualiteit
  2. De yogabeoefening als het middel om dichter bij deze realisatie te komen Zij is daarom ervaringsmatig en proefondervindelijk; het inzicht in wat er bij de beoefening plaatsvindt en in de achtergronden speelt een belangrijke rol.
  3. Een centrale plaats van het subtiele lichaam met zijn energieën
  4. De gehele yoga in elk vak Elk vak beslaat het hele brede terrein van yoga, dus alle aspecten van de menselijke conditie; alle AYO-docenten hebben naast hun specialiteit steeds het hele gebied van de yoga voor ogen; integratie van de vakken staat voorop.
  5. De verwoording van eigen ervaring en inzicht door de studenten (evaluaties, dagboek en werkstukken).
  6. De combinatie van theorie en praktijk In de praktijk van yogabeoefening en het lesgeven spelen kennis en inzicht een grote rol; kennis en inzicht worden steeds op de praktijk betrokken
  7. Het samengaan van individuele ontwikkeling (kennis, inzicht en vaardigheid) en de didactiek
  8. De combinatie van de Indiase en de westerse benadering

Voor alle vakken zijn dus belangrijk:

  • Bewustzijn (reflectie, herkenning in de eigen ervaring): een helder en gevoelsmatig inzicht in de eigen situatie zoals die er actueel is en wat de verdergaande mogelijkheden zijn in de richting van a) het yogadoel en b) het onderricht aan anderen.
  • Energie/materie: de meest nuttige situatie en ontwikkeling: vitalisering, zuivering, harmonisering, verruiming, ontspanning, loslaten.

De inhoud en de methode wordt verder vormgegeven door de verschillende docenten. Zij hebben alle een ruime ervaring in het geven van onderwijs in hun vak, de meeste ook op opleidingen tot yogaleraren. Op grond van deze ervaring hebben zij belangrijke inzichten opgedaan en verwerkt in hun lessen. Deze zijn waardevol, ook om door te geven. De studenten zullen daarom ook leren hun eigen ervaring en inzicht over te dragen.

[zie verder: Centrale thema’s , Enkele belangrijke aspecten van de oefeningen]