Het energetisch lichaam

Als je wat langer in de goede instelling verblijft en het hele lichaam in de ruimte blijft, komen er ontspanning en rust in het lichaam, in de ademhaling en in de geest. Daarmee veranderen de lessen.

Een heel belangrijke verandering bij het waarnemen vanuit het waarnemerstandpunt is het karakter van het lichaam. Er is dan niet meer een materieel lichaam met daarin indrukken en gevoelens. Indrukken en gevoelens in de lichamelijke sfeer blijken nu verschijnselen te zijn. Dan spreek je niet meer psychologisch over een materiële wereld met personen met indrukken en gevoelens. Nu is er een subtiel lichaam dat bestaat uit energetische verschijnselen van tintelingen, stromingen en straling. Het is het lichaam van vitaliteit. Dat is nu transparant en energetisch.

Yoga-oefeningen moet je eerst fysiek aanleren. Daar begin je mee. De oefeningen moeten eerst op dat niveau duidelijk zijn en goed worden uitgevoerd. Wanneer de fysieke situatie duidelijk is, zul je moeten overgaan naar het energetische lichaam. Als je een houding langer laat aanhouden, is het gemakkelijker om het lichaam meer energetisch te ervaren. Elke asana heeft een bepaald fysiek en energetisch patroon. Dit laatste speelt een fundamentelere rol in het leven dan het eerste. Echte effecten zijn die van het specifieke energetische patroon, ook wanneer yoga therapeutisch wordt gebruikt. Er is geen scheiding tussen het fysieke en energetische lichaam. Dat wil zeggen dat er een  non-dualiteit is betreffende de lichamen.

Yoga is meer dan gymnastiek en meer dan gymnastiek met ontspanning en voelen van het lichaam. Yoga is het leren kennen van het energetische lichaam, daarmee oefeningen doen zodat de energieën zich kunnen ontplooien, en het zelf vrij wordt van alle beperkingen die in de energieën zitten.

Alle lichamen boven het grof-materiële worden subtiel of fijnstoffelijk genoemd. Je hebt de mogelijkheid om steeds terug te keren naar een subtieler lichaam. Dat betekent dat je iets meer van je Zelf ervaart. Het betekent een zuivering en opening in de richting van non-dualiteit. De lichamen kunnen namelijk ook worden gezien als kosha’s, als sluiers om het zuivere zelf. Als deze kosha’s wegvallen, blijft alleen het oorspronkelijke non-duale zijn-zelf-zijn over. Zo is er ook de non-dualiteit van de kern van zijn en zelf-zijn.