De eigen zijnssfeer en instelling

Bij de doorwerking van non-dualiteit in de yogalessen heb je allereerst te maken met je eigen situatie. Pas in tweede instantie gaat het om de situaties van de degenen aan wie je yogales geeft. Wat in de lessen mogelijk is, hangt vooral af van je eigen inzicht in en realisatie van non-dualiteit. In hoeverre zijn die bij jezelf al gaan doorwerken? Het is duidelijk dat het bij het geven van lessen niet om een bepaalde hoeveelheid informatie gaat die je doorgeeft. Lessen zijn niet theoretisch-cognitief. Wat je wilt overdragen zal vanuit jezelf naar de deelnemers van de lessen moeten gaan. Wanneer je les geeft kun je dat alleen maar doen vanuit je eigen zijn en eigen zijnservaring. Daarom blijft het van het grootse belang bewust te blijven van je eigen situatie en zoveel mogelijk bij en in de sfeer van non-dualiteit te blijven.

Voordat je yogalessen gaat geven, zul je er dus goed aan doen eerst na te gaan of je zelf een non-duale instelling hebt. Uitgaande van de dualistische instelling van ik tegenover de waargenomen wereld, kan er een overgang naar een non-dualistische instelling zijn. Die overgang heeft in ieder geval de drie volgende aspecten.

a) De omkering van de gerichtheid en inkeer in jezelf

De aandacht is meestal naar buiten gericht op iets anders dan jezelf. Deze beweging van aandachtsenergie kan worden omgekeerd vanuit het objectpunt naar jezelf als oorsprong van de aandacht, het subjectpunt. Dit betekent een inkeer in jezelf. Zo kom je terug naar een bewustzijnsstandpunt dichtbij de kern van jezelf. Vanuit dit standpunt ervaar je alles gevoelsmatig én zie je alles met je innerlijke blik.

b) De interne ervaring

Zo word je je bewust van je lichaam van binnenuit, van de hele interne sfeer van je lichaam met alle indrukken en gevoelens. Je voelt alles in je lichaam, doordat je je lichaam bent.

c) Het externe bewustzijn

Zo word je je ook bewust van je lichaam van buitenaf, van het lichaam in de ruimte. Met je innerlijke blik ziet je je lichaam op afstand, je ervaart je lichaam extern, omdat je in je bewustzijn niet samenvalt met je lichaam. Als waarnemer hoef je niet eens zo’ n grote afstand te nemen. Je kunt ook dichtbij blijven zonder spanning.

Je ervaart zo op concrete wijze van binnenuit en van buitenaf het lichaam in de ruimte. Daardoor is het mogelijk dat ook de deelnemers aan de lessen meer bewust worden van hun eigen lichamelijke situatie wat betreft de indrukken en gevoelens en de ruimtelijke situatie. Dat is een doelstelling van elke yogales.

Ga nog eens precies de punten a), b) en c) na met de ogen dicht.

Als dat lukt, doe dan hetzelfde met je ogen ietsje open.

Als dat lukt doe je je ogen verder open.

Kun je bewust blijven van het lichaam in de ruimte? Kun je op het waarnemerstandpunt blijven, ook wanneer je ogen open zijn?

Laat deze situatie eens langer duren. Dan komen jij als subject van de waarneming en het lichaam als het waargenomene steeds meer bij elkaar tot een non-dualiteit.