Elk vak, elke les

In elk vak en elke les zijn de volgende punten relevant.
Doelstelling
Voor alle vakken geldt het algemene doel van yoga: de realisatie van non-dualiteit, de bevrijding (moksha). Daarbinnen zijn er subdoelen voor elk vak, die op het vakterrein liggen. Zij zijn een concretisering en specialisering van het algemene doel. Deze concretisering en specialisering gaan nog verder bij de doelen van elke aparte les.

Elk vak en elke les staat dus in het kader van de vraag: Wat kan dit vak, deze les bijdragen aan het doel van yoga (non-dualiteit)?

Bijvoorbeeld, Psychologie geeft de studenten de mogelijkheid meer inzicht te krijgen in de structuur en werking van hun psyche en van hun gedrag, zodat er op dit terrein zo weinig mogelijk hindernissen (blokkades) zijn op hun verdere advaitapad.


De middelen, de methode
De middelen die kunnen helpen op het pad naar het doel. Voor elk vak zijn belangrijk

1) Bewustzijn: Een helder en gevoelsmatig inzicht in de eigen actuele situatie in vergelijking met die van non-dualiteit

a) zoals die er actueel is met alle beperkingen
b) zoals die er principieel en uiteindelijk is (non-dualiteit) en
c) voor wat de actuele mogelijkheden zijn voor het bevorderen van de realisatie (b).

2) Energie/materie: de juiste, meest nuttige situatie bevorderen, o.a. vitalisering, zuivering, harmonisering, verruiming, ontspanning, loslaten.

Per vak is er een specifiek gebied waarop het bovenstaande wordt toegepast en uitgewerkt. Daarbij blijft het vak holistisch.

1) wat betreft de menselijke conditie met al haar aspecten van lichaam, gevoel en geest;
2) wat betreft de verschillende yogavormen.

Elke docent houd dus 1) de hele mens en 2) alle yogavormen voor ogen, terwijl hij/zij lesgeeft in zijn/haar vak. Dan zijn de vakken vanaf het begin geïntegreerd.

De consequentie van het bovenstaande is dat de volgende punten voorafgaand en tijdens elke les aan de orde moeten komen – bij de docent en bij de cursisten.

1 Het gaat voor jou in de yoga om non-dualiteit; ga terug naar het meest duidelijke besef dat je maar hebt van eenheid, non-dualiteit. Dat ‘teruggaan’ houdt in ieder geval een verruiming van bewustzijn in, minimaal het bewust innemen van het waarnemersstandpunt, waarbij ook de
inwendige ervaring aanwezig blijft (zie Centrale thema’s: De eigen zijnssfeer en
instelling).
2
Wat kan deze les bijdragen aan het verdergaande realiseren van non-dualiteit? Bij de bevordering van dit doel zijn de volgende punten van belang:

a Bewustzijn: een helder en gevoelsmatig inzicht in – de eigen actuele situatie in vergelijking met die van non-dualiteit; – de middelen in de actuele situatie om dichter bij de realisatie van non-dualiteit te komen (de beste keuze, de werking).
b
Energie: de juiste, meest nuttige situatie bevorderen o.a. vitalisering, zuivering, harmonisering, verruiming, deconditionering, ontspanning, loslaten
c
Holisme: steeds het geheel voor ogen hebben, relaties laten zien tussen – de microkosmos van de fysieke situatie en de macrokosmos; – het eigene en het andere; – het aspect van menszijn dat in de les vooral aan de orde is en de andere aspecten; – de yogavorm die in de les
vooral aan de orde is en de andere vormen van yoga.

Dezelfde punten zullen moeten terugkomen aan het eind van elke les in de vorm van een evaluatie; vooral: In hoeverre heeft deze les bijdragen aan het verdergaande realiseren van non-dualiteit?